Spelregels

Vernieuwde spelregels petanque

Op de website http://nlpetanque.nl van de NJBB is informatie te vinden over een vernieuwd reglement voor de petanquespelregels.

U vindt op die website het reglement voor de petanquesport (RPS), de officiële vertaling van het “Règlement officiels pour le sport de pétanque”. Deze vertaling van de spelregels is gemaakt door de reglementencommissie, en is van dwingende toepassing op alle onder auspiciën van de NJBB gehouden toernooien en competities.

Dit reglement gaat in Nederland in op 1 maart 2017, en vervangt dan zijn voorganger, het internationaal spelreglement petanque (ISP). Voor scheidsrechters en geïnteresseerde spelers is een document toegevoegd dat de verschillen tussen RPS en ISP beschrijft.

In enkele gevallen worden uitzonderingen op dit reglement toegestaan. Deze vindt u in het toernooireglement petanque.

Het secretariaat van onze club heeft inmiddels de leden die een e-mailadres hebben een mailing toegestuurd met 2 documenten waarin de belangrijkste wijzigingen staan.

Hierbij de wijzigingen:

Werpcirkel markeren
Een werpcirkel moet altijd worden gemarkeerd vóór het but wordt uitgeworpen.
But uitgooien één poging
De equipe die het recht heeft het but uit te gooien — hetzij omdat het de toss gewonnen heeft, hetzij omdat het de voorafgaande werpronde gewonnen heeft — krijgt hiervoor één poging. Bij een onreglementaire uitworp heeft de andere equipe het recht het but op elk willekeurig, reglementair toegestaan punt neer te leggen.
Oprapen werkcirkel bij te spelen boules
Als een speler de werpcirkel opraapt terwijl er nog boules te spelen zijn, moet deze worden teruggelegd, maar alleen de tegenstanders mogen hun boules nog werpen.
But neerleggen
De equipe die het recht heeft het but uit te werpen krijgt hiervoor ten hoogste één minuut. De equipe die het recht krijgt om het but te plaatsen na de mislukte poging van de eerste equipe moet dat onmiddellijk doen.
But tegenhouden door medespeler
Als het but wordt tegengehouden door een medespeler heeft de tegenstander het recht het neer te leggen op een geldige plaats.
Vegen voor een te schieten boule
Voor spelers die zich niet houden aan deze regels, met name in geval van vegen voor een te schieten boule, gelden de sancties genoemd in artikel 35.
Oefen
Niemand mag tijdens een partij, als oefening, een boule werpen.
Afstand bij meten door scheidrechter
Tijdens het meten door de scheidsrechter dienen de spelers zich op ten minste 2m afstand te bevinden.
Oprapen boules bij nog te spelen boules
Als een speler zijn boules opraapt terwijl zijn medespelers nog boules te spelen hebben, mogen deze boules niet meer gespeeld worden.
Mobiele telefoon
Tevens is het tijdens het spel verboden mobiele telefoons te gebruiken

Verkorte spelregels voor het beoefenen van petanque.

  1. Het spel wordt altijd gespeeld door twee teams. Een team bestaat uit één, twee of drie personen. Bij teams van één of twee spelers heeft iedere speler drie boules, bij teams van drie spelers heeft iedere speler twee boules.
  2. Door de toss wordt bepaald welk team begint. Eén van de spelers van dit team kiest de plaats waar gespeeld wordt. Op de grond wordt een cirkel getrokken met een diameter tussen de 35 en 50 cm. Of men maakt gebruik van de hiervoor speciaal bestemde cirkel. Vanuit deze cirkel wordt gespeeld; iedere speler moet met beide voeten geheel in de cirkel staan.
  3. De eerste speler gooit het but uit, dat moet blijven liggen op tenminste 6 meter en ten hoogste 10 meter van de cirkel. Het but moet minimaal 1 meter van eventuele obstakels verwijderd liggen.
  4. Ligt het but op de goede plaats, dan gooit de eerste speler de eerste boule zo dicht mogelijk bij het but. Degene die gooit moet beide voeten in de cirkel op de grond houden tot de boule de grond heeft geraakt. Dit geldt voor elke worp.
  5. Dan is de tegenpartij aan de beurt om een boule dichter bij het but te krijgen. Daarbij is het toegestaan om met de eigen boule een boule van de tegenstander of het but weg te schieten. Het team waarvan de boule het dichtste bij het but ligt heeft de leiding.
  6. Het team dat de leiding niet heeft is verplicht een boule dichter bij het but te krijgen. Lukt dit, dan is het andere team weer aan de beurt om de leiding terug te krijgen. Anders moet door gegooid worden tot het doel wel bereikt is. Eventueel moeten hiervoor dus alle boules waarover het team de beschikking heeft, gebruikt worden. Daarbij mag ook het but worden weggespeeld om de eigen positie te verbeteren.
  7. Heeft een team geen boules meer, dan maakt het andere team de werpronde af en probeert daarbij nog meer boules bij het but te krijgen door de eigen ballen te plaatsen of de ballen van de tegenstander weg te schieten.
  8. Iedere boule die aan het einde van een werpronde beter ligt dan de beste boule van de tegenpartij levert één punt op. Het winnende team krijgt per werpronde altijd één of meer punten. De verliezende partij krijgt geen punten.
  9. Een speler van het team dat de vorige werpronde gewonnen heeft begint de volgende werpronde.
  10. Winnaar is het team dat als eerste 13 punten heeft behaald.